Doei speen! Nu pas? Ja, nu pas.

Na het ‘leren fietsen’ en ‘zindelijk worden’, hadden we de afgelopen maanden nog één belangrijk peuter-life-event voor de boeg, voordat Jelle de gedenkwaardige leeftijd van 4 jaar zou bereiken: afscheid nemen van de speen.

Weer zo’n gebeurtenis waar veel theorieën over te vinden zijn, wat volgens Het Boekje al zoveel eerder had gemoeten. I know. Maar zoals eerder gezegd, ik ben niet zo van Het Boekje. Je grijpt er af en toe eens naar voor wat tips en houvast, je vindt verklaringen voor bepaald gedrag en houdt je aan een enkele richtlijn, maar concludeert vaak dat de realiteit zo anders is. Omdat jouw kind nou eenmaal niet ‘standaard’ is. En omdat dat jij als moeder vaak beter kunt inschatten, dat die richtlijnen van Het Boekje niet altijd even goed passen binnen die realiteit.

Zodoende was daar nog steeds die speen, terwijl Jelle over 2 maanden 4 jaar wordt. Terwijl de tandarts 1,5 jaar geleden al zei dat de groei van zijn voortanden achter bleef. En ik moet zeggen dat ik er ook al lange tijd klaar mee was. Al heel erg lang. Net als iets langer geleden die heerlijk warme melkfles, die hij ook graag nog zoveel langer had gewild, paste ook een speen al lang niet meer bij zijn gedrag én zijn leeftijd.

Het was ook niet alleen die speen die ik zat was, die werd namelijk vergezeld door – dat merkwaardige clownfiguur – Bumba. Een knalgele lappenpop die ik er ooit eens vakkundig aan geknoopt had, zodat hij z’n speen makkelijk terug kon vinden in bed (werkt overigens heel goed bij baby’s!). En zijn twee Flappie’s, de reguliere + de identieke reserve konijnenknuffel, die hij sinds z’n geboorte al heeft. Super schattig natuurlijk, maar dat trio slingerde dag in dag uit door de woonkamer, of eigenlijk mocht Bumba niet verder dan de trap en liever nog boven op z’n kamer, maar juist dát bleef een eeuwige strijd.

Ondertussen was er een verhuizing, de geboorte van Mees met logischerwijs minder aandacht voor Jelle, lange autoritten naar de zomer- en wintervakantie en Corona met alle veranderingen van dien, het leren fietsen en binnen een week volledig zindelijk worden (ook ’s nachts!). Knap zat en zeker geen ideale omstandigheden om ook die geliefde speen van hem af te nemen.

Wachten tot hij 4 werd

Zijn 4e verjaardag had ik daarom al lange tijd als soort van deadline voor mezelf gesteld, om die speen uit huis te verbannen. Want om eerlijk te zijn, stelde ik het moment gewoon uit, totdat ik een soort van gegronde reden voor hem had, waarom hij echt zou moeten stoppen met die speen. Als hij 4 wordt en naar school gaat. Als hij een grote jongen is en daar hoort geen speen bij. Eerder dan dat moment kon ik het niet aan, zo leek het, om hem uit het niets opnieuw iets vertrouwds te moeten afnemen.

Voor mijn gevoel was Jelle het hele afgelopen jaar ‘al bijna 4′ en naderde die deadline al snel. De realiteit was natuurlijk heel anders, want die periode tot z’n vierde verjaardag duurde in werkelijkheid gewoon een heel jaar.

Gelukkig werd het maandagavond 25 mei (jl.)..

Het lang uitgestelde onderwerp kwam vlak voor het slapen gaan ineens ter sprake, waarop ik dacht “nu doorpakken!” Snel verloste ik Bumba van de speen, pakte een bubbelenvelop en deed de speen erin. We spraken af dat we de envelop de daaropvolgende dag naar de spenenfee zouden sturen, of naar het nieuwe broertje of zusje van vriendje Maxiem.

So far, so good. Tot Jelle na het avondritueel in bed lag. Het koste ons de hele avond, dikke tranen. Terwijl Jelle bleef herhalen: “Ik wil niet groot worden, ik wil een kleine jongen blijven, mam”, bleef ik vooral herhalen dat de tandarts zo verdrietig was dat de groei van z’n tandjes achter bleef. Uiteindelijk gaf ik hem een lesje ‘schaapjes tellen’ en viel hij laat op de avond toch in slaap. Tot het een uur of 3 in de nacht was, we opnieuw een uur in de weer waren en hij uiteindelijk bij ons in bed in slaap viel.

De dag erna koste het hele ritueel haast even zoveel moeite en besloot ik met hem af te spreken om de volgende dag een cadeautje uit te zoeken bij de gemakswinkel in het dorp. Vooral ook omdat ikzelf zo blij was dat we de goede kant op gingen, ookal was het pas dag 2. Niet veel later viel hij in slaap en sliep hij de hele nacht door.

De avonden die volgden, bestonden vooral uit oneindig vaak de trap oplopen, Jelle terug naar bed begeleiden en standvastig blijven. Z’n speen kwam al lang niet meer ter sprake, wel lag z’n bed inmiddels vol met auto’s, knuffels, z’n hardloopbeker, twee waterflessen, speenloze Bumba, z’n twee Flappie’s en ga zo maar door. Want zonder die speen, bleek het maar wat moeilijk om in slaap te komen. Waarbij de lange zomeravonden niet bepaald in z’n voordeel werken.

“Mam! Kijk eens naar buiten, het is toch al ochtend?”

Jelle, 21:15 uur

Inmiddels zijn we 11 dagen verder, gaan de avonden nog niet veel beter, maar ben ik al lang gezegend dat die speen niet meer ter sprake komt, dat de Flappie’s blijkbaar ook boven in z’n bed mogen blijven en ik weer met een gerust hart met Jelle naar de tandarts durf. En die speen? Die ligt nog steeds in die bubbelenvelop in de kast.

En Mees? Die zal ongetwijfeld veel eerder van z’n speen verlost zijn. Want natuurlijk is het verre van ideaal om zolang te wachten, omdat ze zich steeds bewuster worden van hoe erg ze gehecht zijn aan dat ding, zich steeds meer verzetten en je het jezelf alleen maar moeilijker maakt. Het is gewoon een van de vele dingen waar je ‘gewoon even doorheen moet’ als ouder. Liefst wel als je kind nog klein is, nu dus ongeveer.

We gaan het zien.. En loopt het anders? Dan komt het ook goed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: