Dag voor dag gaan de dagen voorbij. Dag voor dag en nu is het alweer de avond voor die bewuste 6 september. De avond waarop ik precies 3 jaar geleden zat te waken bij zuslief. Waken bij mijn eigen en enige zus, ik word er misselijk van als ik eraan denk. Maar toch was het zo, vanavond precies 3 jaar geleden.
De avond voor die verschrikkelijke dag, voor die verschrikkelijke week. De avond voorafgaand aan die moeizame jaren, die erop volgden. Drie jaren inmiddels, om precies te zijn. Drie jaren waarin ik voelde en ervaarde. Drie jaren waarin ik mama miste, zuslief miste, mama nog meer miste en zuslief allermeest. Een leegte die alsmaar groter wordt, des te verder de tijd verstrijkt.
Het wordt niet draaglijker, het slijt niet en een plekje krijgt het allerminst. Voorlopig wordt alles vooral intenser, leger en steeds pijnlijker duidelijk, hoeveel zuslief voor mij betekende en hoeveel ik van haar houd. Hoe diep ze in mijn binnenste geworteld zit, mijn enige zus. Hoe zwaar het is om te realiseren dat je voor altijd alleen zult zijn, wat niet zo hoort te zijn, want zo lang ik leef ben ik iemands kleine zus. En zusjes horen niet alleen te zijn. Geen gezamenlijke uitstapjes als we later oud zijn, geen anekdotes tijdens verjaardagen die nog komen gaan, geen herinneringen delen over vroeger, geen innige omhelsing bij elk weerzien. Geen troostende woorden, geen helpende hand, geen wijze raad.
Een jaar van vluchten en zorgen
Na twee jaren van strijd in mijn hoofd tussen wat er gebeurd was, hoe dermate mijn leven veranderd was en een poging tot het ‘gewone’ leven leiden, was afgelopen jaar het jaar waarin ik me focuste op mijn gezin. Een poging tot mama, partner, dochter en vriendin zijn zónder verlies. Een dappere poging, een poging die voor verandering zorgde, maar ook een poging die eindig is. Doen alsof, dat werkt niet en verdriet en gemis haalt je op den duur toch wel in. De retraite op Terschelling was fijn en helend en bracht me dichterbij mezelf en datgeen waar zuslief zo van hield. Zo zijn er nog veel paden te bewandelen, woorden te schrijven en tranen te laten stromen, om stap voor stap te komen tot een leven waarin ik deze situatie weet te verdragen. Een leven waarin het lukt om af en toe gewoon weer een beetje gelukkig te zijn.
Die bewuste dag
En dan is het morgen alweer 6 september. De dag van die bewuste ochtend. De ochtend waarop ik papa in alle vroegte belde, dat hij niet te lang moest wachten. De ochtend waarop ik aanvoelde dat het niet langer dan een paar uur zou duren, terwijl iedereen dacht dat het anders was. De ochtend waarop ik zei: “Ga maar slapen lieverd, geef mama een kus” en weg was ze…
Het zijn van die woorden die erbij horen op zo’n moment, maar waarvan je later denkt, hoezo? Hoezo woorden als “ga maar” en “het is goed zo”, niks is goed en blijf alsjeblieft nog wat langer bij me. Want nu, slechts 3 jaar na die bewuste ochtend, mis ik je. Nog steeds, nog meer, voor altijd.
En wat moet je dan op zo’n dag, ik weet het niet. Geen graf om te bezoeken, geen plek om samen te zijn. Geen verse bloemen om te brengen, geen onkruid om te plukken, geen naam op een steen. Geen lieve woorden aan haar voeten, geen aanblik en geen bewijs van deze verdomd harde realiteit. Wat ik heb is mijn eigen herinneringen en de verhalen die ik eerder schreef over de bewuste avond waarop ik waakte in het duister, de Ode aan Zuslief voor op haar begrafenis en de terugblik op de leegte die overbleef. Verhalen die ik koester, omdat het leven me soms verwart. Herinneringen niet echt lijken en er ergens diep van binnen een heel klein sprankje hoop zit, dat dit slechts een droom is die ooit over gaat. Pas als ik het terug lees, weet ik dat het echt was en die droom voor altijd een droom zal zijn.
Terug in de realiteit
Morgen is het gewoon weer 6 september, zoals het elk jaar 6 september zal zijn. Een van de 4 dagen met een zwarte rand. Een van de dagen waarop ik een poging doe om mee te draaien in het leven van alledag, maar mijn hoofd tegelijkertijd in een wolk van dikke mist verzeild raakt. Een wolk die niemand ziet, een wolk die niet voelbaar is, een wolk waarin ik eenzaam mijn weg zoek en erop vertrouw dat de dag van morgen ooit een beetje lichter wordt.
Ik kijk naar haar foto, de foto naast de urn die nog leeg is. De foto van mama met urn staat ernaast, gevuld en wel. Het blijft onwerkelijk, de meest dierbare mensen achter een glazen deurtje, in een keramieken potje, op een houten plankje in een kast. Tussen de reisboeken en de wijnglazen, twee dingen waar ik toevallig ook veel van houd. Maar van die twee vrouwen op die plank ertussen toch nog wel het allermeest.
Ze zeggen dat mensen zeggen dat het nu wel eens klaar moet zijn en ik heb het ze horen zeggen, nog niet zo lang geleden. En ja, ik ga heus verder, want ik heb geen keus, maar morgen doe ik een stapje terug. Morgen is van mij en morgen heb ik alle recht om even wat minder gelukkig te zijn, of juist niet.
Dat zien we morgen wel.

Inderdaad, het blijft onwerkelijk. En ook het gemis blijft toenemen. Je moet er in je eentje mee blijven worstelen, omdat de tijd verder gaat en er mensen zijn die mijn kind, en jouw zus, langzaam vergeten…..
Tijd, tijd veranderd niks voor ons, de pijn en het verdriet blijven wij met ons mee dragen……
LikeLike