Barcelona Marathon 2018: Two Days After

Al ruim 10 jaar loop ik hard, maar een marathon lopen was een term die niet in mijn vocabulaire voor kwam. Dacht ik. Ik heb absoluut geen hardloperslijf, een dreumes thuis en geen fan van hardlooptrainingen, zéker geen 15+ kilometers. Het werd 21 november 2017 en ik had een startbewijs voor de marathon die ik nooit zou lopen. Mijn eerste marathon. In Barcelona.

De 100 dagen ter voorbereiding met behulp van het Sportrusten schema waren prima te doen qua afstanden en intensiteit. In combinatie met volleybal hoefde ik maar 3 keer in de week te lopen en met het doel ‘de finish halen’ voor ogen, hoefde ik ook helemaal niet zo hard te gaan. Met de discipline behouden om elke dag m’n ademhalingsoefeningen te doen, de stabiliteitsoefeningen die ik van mijn fysio kreeg en toch 15 weken lang, 3 keer per week een rondje trainen, had ik nog de meeste moeite.

Op naar Barcelona

Op donderdagavond arriveerden we in Barcelona, waar we samen met een stel vrienden een airbnb appartementje in het centrum hadden geboekt. Hoewel ik misschien beter de hele dag in de zon op een terras had kunnen doorbrengen om de benen rust te geven, maakten we op vrijdag een wandeling van uiteindelijk zo’n 10 kilometer door de stad. Op zaterdagochtend pakten we de metro richting Plaça d’Espanya om m’n startnummer op te halen, waar de volgende dag ook de start zou plaatsvinden. Ik schreef m’n naam op de ‘wall of fame’, maakte een selfie bij de start en liep een rondje door de naastgelegen Expo.

Zo tussen al die hardlopers namen de zenuwen toe, maar bleef het evengoed onwerkelijk dat ik de dag erna een van de velen zou zijn die daadwerkelijk een marathon zou gaan lopen. Ik behoedde mezelf ook voor een eventuele teleurstelling als ik de finish niet zou halen en vond het vooral moeilijk voor te stellen hóe zwaar de tocht zou gaan worden.

Die avond at ik een burger, frietjes, een bord spaghetti en een banaan. Ik deed al een paar dagen op z’n minst m’n best om 2,5 liter water op een dag te drinken en de laatste avond een halve liter isotoon sportdrank. Ik Googlede op het allerlaatste moment nog even wat nu de beste strategie qua koolhydraten stapelen was en liep tegen allerlei adviezen aan, die geheel tegenstrijdig waren met het gedrag dat ik de afgelopen dagen vertoond had. Dat gaf me eerder zorgen dan moed, dus stopte ik er maar mee. Ik vertrouwde erop dat hetgeen ik wél gedaan had, goed was. Zo ook die burger met frietjes. Met de kilometerpunten – waar ik m’n supporters onderweg zou treffen – op m’n hand geschreven, ging ik rond een uur of half 11 naar bed.

En dan is het moment daar

Het is half 7 in de ochtend als de wekker gaat, die ik net zo snel weer uitzet. Zoals dat gaat met mij en wekkers. Gelukkig blijft vriendlief wel wakker, die me een minuut of 10 later haast letterlijk m’n bed uit sleept. Ik eet een kom havermout met banaan, drink opnieuw een halve liter sportdrank en neem nog 2 bananen en een bidon met water mee voor een later moment. Onze vrienden komen uit bed om de zorg voor Jelle over te nemen en wensen me nog een laatste keer veel sterkte toe.

Om half 8 stappen vriendlief en ik op de fiets voor een tochtje van zo’n 15 minuten naar Plaça d’Espanya, waar een uur later de start is. Ik zet m’n fiets in de buurt van de start en tevens finish, om er na afloop snel op de te kunnen stappen. Ik moet heel nodig plassen. Voor de mobiele toiletten staan lange rijen, dus loop ik snel een gebouw binnen waar meerdere mensen in en uit lopen. Ik kan rechtstreeks doorlopen naar het toilet. Het blijkt achteraf het politiebureau te zijn, haha! Ik zie veel mensen warm lopen, iets wat ik eigenlijk nooit doe voorafgaand aan een loop. Kost alleen maar energie, denk ik altijd. Ik loop twee keer heen en weer, doe wat rek- en strekoefeningen en geef m’n overtollige kleren mee aan Dennis. Hij fietst naar de andere kant van de start, terwijl ik richting m’n startvak loop.

Mijn eerste marathon – De start

Langs alle snellere lopers, loop ik naar het laatste startvak. Hier staan de losers, ohnee lopers, met een verwachtte eindtijd van 4+ uur. Vijf startvakken in totaal, die elk met een eigen startschot van start gaan. Ik maak nog een selfie, bestudeer de collega-bikkels om me heen en probeer m’n hartslag laag te houden door rustig te ademen. Na een minuut of 15 komen we in beweging en wandelen we rustig richting de startlijn. Ondertussen voel ik m’n iWatch bijna onophoudelijk trillen aan m’n pols door alle berichtjes die binnen komen van m’n supporters op afstand. Via de marathon app kunnen ze me live volgen over de gehele route. Ik kijk er niet naar, ik moet me nu concentreren. Bijna 18 minuten na het eerste startschot, begint ook voor ons de countdown in het Spaans. Diez.. Nueve.. Even tel ik mee, maar kom er snel achter dat ik nu even niet in staat ben om van tien naar nul te tellen in het Spaans. Tres.. Dos… Uno.. Pang! Het startschot klinkt, confetti de lucht in en we gaan! Het gaat goed komen! Maar zeker is dat allerminst. Nog nooit heb ik 42 kilometer en 195 meter aan één stuk gelopen. We zijn weg! Vlak na de start staat vriendlief en schreeuwt ‘You can do it!’. Ik zwaai en begin met vertrouwen en lichte angst voor wat komen gaat aan m’n tocht. Genieten. Daar ga ik m’n best voor doen. Het voorrecht om gezond te zijn en hier te een marathon te kunnen lopen, zoals ik in een eerder blog schreef.

De eerste 5 kilometer

Ik start achter de pacers met een eindtijd van 4 uur 30 minuten op hun vlaggen. Handig ook voor mijn supporters langs de kant, weten ze ongeveer wanneer ze mij kunnen verwachten. In hun tempo van 6,5 minuten voor een kilometer liep ik twee maanden geleden de halve marathon in Egmond, dat gaat me prima af. Op m’n horloge zie ik wel dat m’n hartslag te hoog is, maar hoop dat dat nog te maken heeft met de adrenaline na de start. Een zorg voor later. Nu eerst even aan de slag met een ander ding in m’n hoofd: ik moet plassen! Ik blijf lopen, misschien trekt het weg. Tegelijkertijd zie ik mensen links en rechts achter boompjes duiken. Uitsluitend mannen dus.. Want die kunnen dat, plassen achter een boompje. Twee meiden duiken een cafetaria in, ik twijfel even om erachteraan te gaan. Ik besluit toch nog even vol te houden, op zoek naar een minder tijdrovend alternatief. Als ik even later een broodjeszaak binnen kijk en achterin de wc-deur al zie, besluit ik toch naar binnen te rennen en heel snel m’n blaas te legen. Poeh, dat lucht op!

We lopen ietwat bergopwaarts, richting Camp Nou, het stadion van FC Barcelona. Gelukkig kreeg ik bij het ophalen van m’n startnummer een magazine, waar de route in beschreven stond. Daarmee ben ik toch enigszins voorbereid op wat komen gaat. Nog steeds accepteer ik hiermee dat m’n hartslag rond de 158 zit, terwijl deze eigenlijk op 148 had moeten zitten. Eigenlijk wil ik niet langzamer lopen, omdat ik toch in de ban ben van de 4:30 vlaggen, die me met mijn streeftijd naar de finish kunnen begeleiden. Het lopen gaat ook prima verder, adem-technisch gezien. Op circa 4 kilometer staat vriendlief, dat geeft weer nieuwe energie! Ik geef hem een handje klap en ren gauw weer door.

Screen Shot 2018-03-13 at 20.40.08

Rondje om Camp Nou

De eerste bezienswaardigheid op de route. Sommige lopers stoppen even om een selfie met het stadion te maken. Ik heb niet zoveel met voetbal, dus loop gewoon door. Bij 5 kilometer is de eerste drinkpost. Normaliter ben ik niet van het drinken onderweg, om m’n ademhaling niet op hol te brengen, maar had me nu wel voorgenomen om me netjes aan het schema te houden. Ik neem een flesje water aan en neem wat slokken, waarna ik hem weer aan de kant gooi. Langzamerhand komt er steeds wat meer publiek langs de kant. Het is bewolkt met zelfs wat miezer regen af en toe. Heel warm is het niet in m’n hemdje en m’n korte broek, maar het zal gauw genoeg een stuk warmer worden. De 9 kilometer stond als volgend doel op m’n hand geschreven, maar ik zie vriendlief niet staan. Ik verlies even de hoop hem nog te zien, maar ineens duikt hij op bij het 10-kilometerpunt. Fijn! Hij maakt een filmpje, loopt even met me mee en we kletsen wat. Praten gaat prima en 10 kilometer stelt nog niet zoveel voor. Even later voel ik m’n iWatch weer trillen, het filmpje heeft de familie-app bereikt en iedereen is blij om te lezen dat ik nog fris en fruitig ben.

50facfa3-c300-46ca-acf5-269ae35e5956

Een gelletje voor de energie

Op elke 2,5 kilometer staat een verzorgingspost, waar ze water, energiedrank en soms gels en fruit uitdelen. Het sportrusten-team adviseert om bij de 10, 20 en 30 kilometer een gelletje te nemen, bij de andere punten water. Ze adviseren ook om dit even te oefenen tijdens een trainingsloopje, dat deed ik dan weer niet. Nu ik de 10 kilometer gepasseerd ben haal ik een eerste gelletje uit m’n riem en werk ik zonder moeite naar binnen.

Op naar de 13,5 kilometer waar ook onze vrienden met Jelle staan te wachten. De kilometers vliegen voorbij en af en toe zie je al wat mensen lopen, die vermoedelijk geblesseerd zijn geraakt of de afstand tot dusverre al verkeerd ingeschat hebben. Met mij gaat het prima, de paarse 4:30 vlaggen zijn nog steeds in zicht, maar m’n hartslag ligt eigenlijk nog steeds te hoog. Bij 12,5 kilometer neem ik weer een slokje water en even later zie ik in de bocht m’n supporters weer staan. Fijn! Alles gaat goed, al begin ik m’n benen al wel wat te voelen. Dennis komt iets verderop aan fietsen en roept: “het schiet al aardig op!” Voor mijn gevoel gaat het ook aardig voorspoedig.

Go, go Desirée!

Het is fijn dat niet alleen mijn eigen supporters, maar ook andere toeschouwers me aanmoedigen als ze m’n naam op m’n borstnummer zien staan. Wellicht komt het door m’n roze shirtje, wellicht komt het door m’n gezichtsuitdrukking die langzamerhand iets minder vrolijk begint te worden, wellicht vinden ze m’n naam mooi. Ik weet het niet, maar het helpt.

We lopen langs Casa Milà (een bouwwerk van Gaudí) en de Sagrada Familia. Ik herken de plekken van 3 jaar geleden, toen ik samen met Dennis een weekendje voor werk én fun in Barcelona was. Toch valt het me tegen, hoeveel afleiding het me brengt, die mooie bouwwerken onderweg. Nu de pijn in m’n benen de overhand dreigt te nemen. Ik zie iemand langs de weg met een bord “The reason was good”. En inderdaad, ik loop hier niet voor niets. Het was een goed idee om dit te doen, een nieuw doel voor ogen te hebben. De slogan houdt me weer even als soort van mantra op de been.

Na 17,5 kilometer draaien we de Meridiana op, waar we aan de andere kant de voorhoede van het peloton al op hun weg terug zien lopen. De verleiding lijkt groot om even een stap naar rechts te doen en direct op de weg terug te belanden, maar m’n sportersmentaliteit weerhoudt me ervan om dat ook echt te doen. Het is maar 2 kilometer, al lijkt het een oneindige afstand bergop. De pijn in m’n heupen begint inmiddels serieuzere vormen aan te nemen. We draaien om een gebouw en lopen bij het 20 kilometerpunt dezelfde weg weer terug. Nu zien wij de mensen die nog achter ons lopen, dat zijn er een hele hoop. Een man met een prothese aan één been, een man van in de 80 en rustig kletsende vrouwen. Het geeft weer een beetje moed dat ik (lang) niet de laatste ben. De weg bergafwaarts brengt me tot voor de 4:30 vlaggen, al is het maar voor even.

Aan het einde van deze retour staan opnieuw m’n supporters op me te wachten. Ik besluit m’n heupband af te doen. Ik heb nog maar één gelletje over die ik wel voor even in m’n hand kan houden en er zijn meer dan genoeg waterposten onderweg. Dat scheelt weer een last op m’n toch al pijnlijke heupen.

81593987-2de7-4952-8221-72a4bec8e606

Waar zijn m’n supporters nou?

Vier kilometer later volgt weer zo’n retourtje, dit keer over de Diagonal, een van de bekendere straten in Barcelona. Ik weet dat mijn publiek bij het keerpunt op 28,5 kilometer op me staat te wachten. Ik begin inmiddels paniekerig te ademen, wat ik in het verleden vaker heb gehad bij zware beproevingen. “M’n hart!”, denk ik.. Ik ga even wandelen in de hoop dat het minder wordt. Het wordt niet minder evenals de pijn in m’n heupen en inmiddels ook m’n linker enkel. De tranen branden achter m’n ogen, maar ze willen niet rollen. Genieten van waar ik mee bezig ben lukt al lang niet meer en de mantra van een kilometer of 5 geleden ben ik vergeten.

Ze lijken weer eeuwig te duren, de 2,5 kilometer tot aan het keerpunt. Ik zoek naar de paraplu’s met vlaggetjes, maar tot m’n grote teleurstelling zie ik ook m’n trouwe supporters niet staan, net nu ik ze zo hard nodig heb. Ik neem het ze niet kwalijk, ik ben ze al dankbaar voor alles waarmee ze me tot zover gebracht hebben.

Langs de boulevard

Het volgende punt waar ik ze zal zien is pas bij 35 kilometer. Ik maak me ietwat ongerust. Is er iets met Jelle? Denken ze op basis van hun laatste aanblik bij de 22 kilometer, die komt er wel alleen? Zie ik ze überhaupt nog wel onderweg, of pas bij de finish? Ondertussen wordt de pijn steeds erger, eigenlijk alles vanaf m’n heupen tot aan de grond. Op m’n hartslag let ik al lang niet meer. Ik wissel het hardlopen af met stukjes wandelen, maar blijf denken: “ik moet in beweging blijven”. Niet eerder wandelde ik tijdens m’n 10-jarige hardloopverleden, maar dat kan me nu even gestolen worden. Het gaat gewoon niet meer. Dat die vlaggen met 4:30 al lang en breed bij me vandaan zijn gelopen maakt me ook niet zoveel meer uit. Ik begin te rekenen: “stel dat ik vanaf hier blijf wandelen, haal ik het dan binnen de limiet van 6 uur?”

Ik zie andere lopers onderweg geholpen worden door de fysio, die met een spuitbus één voor één alle blote benen langs gaat. Ik denk dat dat misschien zou kunnen helpen, maar waar dan? Alles doet pijn! Dus doe ik het niet.

Daar zijn ze!

We lopen langs de boulevard. Ik krijg inmiddels weinig mee van het publiek onderweg of het uitzicht. Bij 30 kilometer neem ik m’n laatste gelletje, loop onder de waterdouche door en sluit me af van alles en iedereen. De gedachte van opgeven komt geen moment naar boven, wel vraag ik me af hoe ik ooit de finish ga bereiken.

Eindelijk nader ik het 35 kilometerpunt en zie ik m’n supporters staan. Ik vlieg Dennis in de armen en kan eindelijk toch een traantje laten. Ze moedigen me aan, dat ik moet volhouden. Dat is ook zeker mijn plan, ik weet alleen niet hoe. De laatste twee kilometers over de Paral-lel gaan bergopwaarts. ‘De Wall’ wordt hij ook wel genoemd. Vanmorgen op weg naar de start gingen we er met de fiets overheen. Het doet me alleen niet zoveel meer, het kan namelijk niet erger dan het tot op dat moment al is. Dennis blijft samen met Jelle naast me fietsen, onze vrienden fietsen door naar de finish. Ik heb alleen al teveel aan mezelf, aan de pijn en de gedachte dat ik nog even door moet. Het deed me zelfs denken aan m’n bevalling, haha! Vriendlief die hulpeloos aan de zijlijn stond, terwijl ik niet wist waar ik het laatste beetje kracht zoeken moest. Ik kan me er zo nu en dan weer even toe zetten om te gaan rennen, zo moet ik er toch wel komen.

De hemelpoort

Uiteindelijk bereik ik dan toch de laatste bocht naar de finish. Tussen de pilaren door en nog een klein stukje. Ik zie 04:55:58 op de klok staan. Even wil ik zelfs nog aanzetten om binnen de 5 uur te kunnen finishen, maar bedenk me dan dat dat de starttijd van het allereerste startvak is en dus niet voor mij geldt. Ik ren voor de vorm als een boer met kiespijn langs alle fotografen, maar vergeet te genieten als ik de finishlijn passeer. Ik zet Strava uit, buig voorover en een EHBO’er komt op me af. Communiceren lukt even niet, ik heb sowieso geen idee wat hij voor me zou kunnen betekenen. Met veel pijn en moeite strompel ik de lange laan af. Onderweg krijg ik een flesje sportdrank, water, twee bananen en mandarijnen. Onderweg zie ik onze vrienden achter het hek staan voor de eerste felicitaties. Een gevoel van euforie ontbreekt, ik voel alleen de pijn. Even verderop wordt de medaille om m’n nek gehangen, dat stuk metaal waar ik het allemaal voor deed! Maar ook dat doet me op dit moment gek genoeg niet zoveel.

Iets verderop komt Dennis met Jelle op de fiets aangereden. Pas daar hoor ik van hem dat m’n eindtijd zo ongeveer hetgeen is wat ik voor ogen had: 4 uur 37 minuten en 35 seconden. Ik ben blij als ik op de fiets stap, omdat m’n heupen dan niet langer m’n lichaam hoeven te dragen. Rustig fietsen we terug naar ons appartement en zien onderweg nog vele lopers die de beruchte Wall proberen te trotseren. Blij dat ik die gehad heb!

Waar blijft de trots?

Thuis aangekomen plof ik op de bank en neem iets later een warm bad met een kopje thee en een lekker broodje, die m’n lieve supporters voor me geregeld hebben. Ik mis alleen iets. Een gevoel van euforie en trots. Ik liep een uur geleden notabene over de finish van een hele marathon! Ik liep hem uit en ook nog eens binnen een schappelijke tijd! Terugkijkend had ik ook niet meer van mezelf hoeven verwachten en deed ik ook niet. Wel baal ik dat ik niet meer heb kunnen genieten van het tweede deel van de tocht en mijn doorkomst bij de finish, terwijl ook dat niet mijn doel was. Enkel en alleen ongeschonden de eindstreep bereiken. Conditioneel hield ik het ook nog eens prima vol en ook de ‘man met de hamer’ kwam ik niet tegen.

Verwachte ik dan teveel van mezelf, iets waar ik vaker last van heb? Had ik stiekem dan tóch soort van gehoopt dat ik die finish níet zou halen, omdat ik het als iets onmogelijks zag? Heb ik mezelf té veel behoed voor een eventuele teleurstelling en kan ik daardoor nu ook niet genieten van het feit dat het me wél gelukt is?

In de rolstoel naar de uitgang

Nog dezelfde avond vliegen we terug naar Amsterdam. Zelf kan ik nauwelijks lopen, dus gaat alles stapje voor stapje. Zeker na een zit van 2,5 uur in een veel te krappe vliegtuigstoel met dreumes op schoot, wil m’n lijf niet meer. Gelukkig weet vriendlief een rolstoel te regelen om me naar de bagageband te kunnen vervoeren.

f8a5d57d-dca9-47f3-ab85-e3cd91a12c88

Twee dagen later

Nu twee dagen later kan ik wonderbaarlijk genoeg alweer prima lopen en lijkt er niets gebeurd te zijn. Staat er een mooie bos bloemen van m’n ouders op de open haard, heb ik tientallen felicitaties ontvangen en hangt er een heliumballon met m’n eigen foto erop van zuslief aan het plafond. Ik zit aan tafel en schrijf dit blog, in de hoop dat de herinneringen weer boven komen en daarmee een blij gevoel. Gek genoeg lijken de uren van pijn alweer vergeten, maar lijk ik nog steeds niet te kunnen geloven dat het echt 42,2 kilometers waren die ik 2 dagen geleden liep.

Toch ben ik blij dat ik deze reis de afgelopen 100 dagen doorlopen heb en de marathon achter de rug is. Ik geloof in het Sportrusten schema van maximaal 14 kilometer trainen, maar had m’n krachtoefeningen iets trouwer moeten doen. De loopanalyse die ik deed liet niet voor niets zien dat m’n enkels en heupen meer stabiliteit nodig hebben. En die hartslag. Had ik op een lagere hartslag gelopen, dan waren m’n benen wellicht een stuk minder snel verzuurd, daar is het hele schema immers op gebouwd.. Dommie! Oh, en de volgende keer toch een dagje op het terras doorbrengen, in plaats van 10 kilometer wandelen, twee dagen voor de marathon!

Morgen koop ik een fotolijstje voor m’n medaille die ik prominent in de woonkamer zet. Zodat ik hem keer op keer voor ogen krijg en dat gevoel van trots en voldoening heus wel een keertje gaat komen. Ik moet de lat lager leggen voor mezelf, meedoen alleen al was dit keer goed genoeg. En dat deed ik.

Ondertussen denk stiekem alweer aan een volgende marathon.

Ooit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: