I think we found Paradise

Een avontuurlijke rit naar Sibaltan dus… Nu is elke rit hier op de Filippijnen niet zonder gevaren, maar de weg naar Sibaltan is nog in aanbouw, zullen we maar zeggen. Dat zagen we vooral op de terugweg toen we (gelukkig) dezelfde rit in het licht mochten ervaren. Blijkbaar ziet men de behoefte om de haast onbereikbare dorpjes meer bereikbaar te maken en leggen ze stukje voor stukje een door beton gegoten weg aan. Elke keer een stukje, op het moment als het budget ervoor toereikend is, zo lijkt het. Want de weg wisselt af met een linkerkant die deels aangelegd is en abrupt weer eindigt, dan weer een stukje ingegoten rechter rijbaan. Soms kun je zelfs een minuut of 10 non-stop van een mooi aangelegd en reeds van belijning voorziende weg ‘genieten’, maar meestal is het een zandweg met stenen, kuilen en keien.

’s Avonds is het dus donker hier, pikdonker vanaf een uur of 6. Straatverlichting hoef je zeker niet te verwachten in zo’n gebied, dus het is hopen dat de chauffeur op het juiste moment de nieuw aangelegde stukken beton weet te vinden danwel te ontwijken, wanneer hij met een kilometer of 80 per uur over de weg dendert. Dat alles in een ‘standaard’ personenbusje, niet gemaakt voor zulke omstandigheden, waarvan de banden danwel de remmen het zo maar eens zouden kunnen begeven… 

Hoe dan ook, na een uur of anderhalf stopte het busje en mochten we onze weg te voet door het donker vervolgen, alwaar we na een meter of 500 bij het Tapik Beach Resort uitkwamen en met een hartelijk welkom werden onthaald met een cocktail. Na nog een biertje bij het kampvuur met een stel uit Finand en een Duitser, zochten we onze strandhut omdat we de volgende dag op tijd zouden vertrekken voor een kampeeravontuur op een nagenoeg onbewoond eiland.

Een uur of 10 was het de volgende ochtend toen twee Filipino’s de traditionele bangka (boot) hadden ingeladen, wij zelf een ontbijt achter de kiezen hadden en onze kleine rugzak voorzien van alleen de hoognodige spullen voor op het eiland, en we op pad konden gaan. Halverwege stopten we bij een rots, waar we de tijd kregen om met een snorkel de onderwaterwereld te ontdekken. Heel indrukwekkend bleek die spot niet, maar het was een fijne eerste ervaring met het azuurblauwe, warme Filippijnse zeewater 🙂 Niet veel later voeren we door naar de plek waar het kampeeravontuur plaats zou vinden, een prachtig wit strand met palmbomen, alsof we middenin Expeditie Robinson gedropt werden. Slechts één familie woonde op het eiland, een gezin met 12 kinderen wel te verstaan. Ook de twee Filipino’s bleven bij ons, om ons van de nodige gemakken te voorzien, maar verder was het voortreffelijk en hoefde je maar een paar honderd meter langs het strand te lopen om toch helemaal alleen te zijn. Een waar Paradijs was het zeker ook, met de parelwitte stranden en het mega heldere water. Niet alleen het eiland, maar ook de kampeerervaring zelf droeg aan het Paradijselijke bij. De tent werd voor ons opgezet, vis werd gevangen voor de lunch en het avondeten, wat ter plekke vers bereid werd. We konden met een kano naar een nabijgelegen onbewoond eilandje varen om te snorkelen, in de avond keken we naar het staartje van de zonsondergang, werd er een kampvuur voor ons aangestoken, konden we onder de sterrenhemel genieten van lokale biertjes en Filippijnse wijn (wat net zo goed in de olielamp gegoten had kunnen worden, zoals het smaakte) en maakten we vlak voor het slapen gaan nog een mooi wandeling langs het – door een sterrenhemel verlicht – strand. Dit alles terwijl onze twee Filippino’s op jacht waren naar vis, voor ons aan het koken waren op hun eigen open plek in de bosjes achter onze tent, of op diezelfde plek genoten van een fles rum, mogelijk ter voorbereiding op de voor hun koude nacht die zou volgen. Het enige wat het Paradijselijke iets in het negatieve beïnvloedde was het feit dat de aardige Filippino’s onze slaapmatjes en iets van kussens (al dan niet) vergeten waren (of ze dachten dat we ons na een week al volledig aan hun stijl van leven aangepast hadden). Zelf sliepen onze twee Filipino’s op een rieten mat in de bekende bosjes achter onze tent, maar ook wijzelf sliepen met niet meer dan een slaapzak, echter wel in een koepeltent. Veel kleding hadden we natuurlijk niet mee om zelf een kussen van te fabriceren, ook het zand onder het grondzeil bleek niet zo zacht als het tijdens een dagje zonnebaden soms aanvoelt en een slaapzak is er niet voor gemaakt om als matras te dienen. Oh, en de wind, die is (alleen) in de nacht dus ook volop aanwezig aan de kust. Het werd een lange en onrustige nacht…

Gelukkig kwam de zon vroeg in de ochtend alweer tevoorschijn en zouden we al om 7 uur vertrekken om bij een naastgelegen eiland te gaan snorkelen, dus noodzaak om uit te slapen was er niet. Ook in de ochtend stonden onze Filippino’s alweer klaar met ‘verse’ koffie, een gebakken eitje en vers fruit. Dat deed de lange nacht gelukkig snel vergeten. Na het wegbrengen van de rieten slaapmat die onze Filippijnse gidsen geleend hadden bij de familie, kwam een van de heren terug met een viertal kippen die hij daar gekocht had en die – vast gebonden aan een touwtje – mee terug gingen op de boot en jawel, voor ons een verse kokosnoot! 🙂 Met pijn in het hart verlieten we de paradijselijke plek voor een laatste snorkelsessie, om vervolgens terug te keren naar het vaste land, waar we rond 10 uur arriveerden. De (goedkope) bus tug naar El Nido was om 8 uur al vertrokken, dus we boekten nog een nacht in een strandhutje om de volgende ochtend met diezelfde bus te vertrekken. De rest van de dag kwamen we door met een heerlijke lunch, luieren in de rieten hangmat, een middagdutje en een wandeling naar het nabijgelegen dorpje alwaar we genoten van een uur durende full body massage en onze ogen uitkeken bij het primitieve leven van de lokale bevolking; het schooltje, de begraafplaats en een ieniemienie museum. Ons leefritme leek inmiddels aardig verstoord, want om een uur of 9 zochten we ons strandhutje al op, waar we door het gebrek aan beschutting  voor de ramen wederom een winderige nacht beleefden.

De rit terug naar El Nido een dag later bleek een stuk comfortabeler. Ookal werden we enigszins heen en weer geslingerd door de jeep die ons naar het dorp transporteerde, het was mooi om alle bedrijvigheid en het lokale leven vlak langs en op de weg te zien. Primitieve huisjes, rijstvelden, spelende kinderen, scholen die er een stuk beter uitzien dan de huizen en hele families die zich op één enkele motor verplaatsen. In El Nido aangekomen checkten we in bij ons nieuwe onderkomen Novie’s Inn, nadat we genoten hadden van wederom een overheerlijke lokale lunch met de inmiddels bekende rijst en noodles. Die middag besteedden we aan een tipje naar een waterval, een half uurtje rijden verderop en eenzelfde afstand daarna te voet. Onze tricycle chauffeur probeerde ons aardig af te zetten, waar een ritje naar het centrum 50 pesos kost (1 euro), durfde hij ons 1200 pesos te vragen. Hoewel de afstand een keer of 6 langer was (12 keer inclusief terugreis), kwamen we uiteindelijk op 900 pesos uit, waarbij de chauffeur onze gids naar de waterval werd (waarvoor je anders ter plekke nog 300 pesos zou moeten betalen).

De laatste dag in El Nido en op het eiland Palawan, besteedden we aan een boottrip naar de omliggende eilanden. Een groot commercieel gebeuren bleek al snel. Door het hele dorp kon je bij nagenoeg elke café of toeristisch bureautje kiezen tussen boottour A, B, C of D, die allemaal een andere route voeren. Maar meer keus dan één van de 4 letters was er in het dorp niet. Wij kozen voor boottour A, een tocht naar Miniloc Eiland om daar de Small, Big en Secret Lagoons te bezoeken, afgesloten met een bezoekje aan ‘7 Commando Beach’. Die ochtend vertrok om 9 uur onze bangka (boot), oh en niet alleen die van ons. In een peloton van 3 boten voeren we naar de eerste spot, waar nog zo’n 10 boten met hetzelfde doel voor anker lagen. Je kon ter plaatse voor nog eens 300 pesos (6euro) een kano huren om daarmee de Small Lagoon op te varen, wij als zuinige Hollanders kozen voor de bij de prijs inbegrepen snorkeluitrusting en zwommen er naar toe. Een camera hadden we daardoor helaas niet mee voor mooie foto’s. Na de Small Lagoon voeren we door naar de Big Lagoon, waar het laag water bleek en we onze slippers mee moesten nemen tijdens de snorkeltocht om het laatste stukje over de scherpe – met koraal en stenen bedekte – ondergrond te lopen, waar menigeen z’n voeten aan open haalde. Bij de Big Lagoon aangekomen zijn Dennis en ik als een van de weinigen die daadwerkelijk in gezwommen en zagen langs de rotsige zijkant toch een paar mooie vissen en andere bijzonderheden die de onderwaterwereld rijk is. Op de weg terug wees een van de bootjongens – die mee was om ervoor te zorgen dat ook de laatsten de boot weer bereikten – ons op een pijlstaartrog die onder ons zwom. 

De volgende bestemming, de Secret Lagoon, was te bereiken door door een gat in de rotsen te klimmen, maar bleek zo’n plek die je maar mooi moet vinden omdat het door de bedenkers van boottour A tot bezienswaardigheid wordt gebombardeerd. Dat viel dus tegen, zeker als je daar met 30 man tegelijk in een relatief klein plasje water in een rots staat en de selfiesticks van de medetoeristen het uitzicht haast belemmeren… Na al het Lagoon spektakel voeren we naar een favoriete spot voor de lunch, aldus onze gids. Die spot bleek natuurlijk voor een boot of 20 favoriet, met allen een eigen plekje rond het eiland om daar voor anker te gaan liggen. De lunch was toch weer het hoogtepunt van de dag; op de boot bereidde vis, garnalen, rijst en veel vers fruit. Voor en na de lunch konden we heerlijk van de boot in het water duiken om te dobberen in het helderblauwe water.

De tour eindigde met een klein uurtje luieren op ‘7 Commando Beach’, die z’n naam dankt aan een schip dat daar ooit eens gestrand is en iets met commando’s, maar dat deel van het verhaal van onze gids hebben we door het toch vaak onverstaanbare Engels van de Filippino’s niet helemaal mee gekregen. Ons inmiddels favoriete biertje San Miguel Pale Pilse smaakte ook daar voortreffelijk! 

Tegen het einde van de middag kwamen we terug in El Nido en sloten we ons Palawan avontuur af met een drankje bij de net geopende Republica Beach Bar, waar we mee genoten van het openingsfeestje en een fantastische zonsondergang konden zien. Rond een uur of 8 sloeg de slaap natuurlijk weer toe, na een diner op de weg terug en het inpakken van onze tas lagen we weer vroeg op bed, om de volgende ochtend om 7 uur opgehaald te worden voor weer een 5 uur durend ritje naar Puerto Princesa.

2393624_1448327020_1024

En dat was vanmorgen. Inmiddels zitten we in het vliegtuig van Puerto Princesa naar Cebu om aan ons tweede deel van de reis te beginnen, eilandhoppen rond Cebu. Duimen dat we straks een busje zullen vinden die ons vanavond nog even naar Moalboal aan de andere kant van het eiland brengt, hopen dat m’n boeking voor de accommodatie goed door gekomen is en we niet nogmaals een nacht op het strand hoeven door te brengen… We gaan het beleven, maar daarover een volgende keer meer!

“A gateway to PARADISE where the touch of nature goes with your memories forever”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: