The start of a new adventure

Zo ben je ineens op de Filipijnen… Of ineens was het niet zozeer, het was een weloverwogen keus zullen we maar zeggen. Het was sowieso weer eens tijd voor een mooie, verre reis. Favoriete bestemmingen als Argentinië en Nieuw-Zeeland vielen bij nader inziens toch af, omdat we niet daar wilden zijn alleen vanwege de mooie verhalen van vele anderen. Omdat we niet daar wilden zijn waar je op voorhand voor je gevoel al teveel uitgegeven hebt aan een vlucht en het huren van een auto, waar je ter plekke elke uitgave afweegt omdat de prijs voor eigenlijk alles te hoog is en je ook nog eens genoegen moet nemen met een graad of 20 en een tas vol lange broeken.

Zo werd het dus de Filipijnen. Een land wat doorgaans vooral bekend staat om het sextoerisme, het land waar onze schoonmaaksters vandaan komen en een regio met een teveel aan doden door orkanen, tyfonen en andere vormen van geweld, meestal menselijk van aard. Maar het land is eigenlijk gewoon prachtig, wisten we dan toch ook weer van verhalen en foto’s van anderen die net als mijn verhaal straks, terug te vinden zijn op het wereldwijde internet. Het land biedt avontuur, waar we naar op zoek waren, of misschien spreek ik hier vooral voor mezelf. Geen vooraf vastgelegde route met de auto, maar eenvoudigweg een (net iets te zware) rugzak op binden en zien waar je uit komt. Wetende dat je een wereld tegemoet gaat met prachtige, verlaten stranden, overheerlijk eten, vriendelijke mensen en een heerlijke temperatuur. 

Gek genoeg was het ook het naderende avontuur dat me nerveus maakte in de weken voorafgaand aan de reis. “Naar de Filipijnen?”, reageerde iedereen vragend en onwetend op ons plan. Zou het wel echt zo mooi zijn als de verhalen ons vertellen, is het land echt wel veilig genoeg en zou ik dat nog wel leuk vinden, het onzekere leven als ‘backpacker’? Zou het wel iets voor Dennis zijn, die nog niet eerder zijn vakantie op zo’n manier door bracht en hoe zou het ons samen vergaan en de – soort van – stress die je soms kunt ervaren tijdens zo’n avontuur?

Inmiddels zijn we dan toch op die nog relatief onbekende Filipijnen aanbeland. Na een lange toch altijd vermoeiende reis, die ik me nog als de dag van gisteren kon herinneren na mijn vele verre zakentripjes van vorig jaar. Een toch altijd minst comfortabele stoel in het vliegtuig, leuke films die je dan toch weer door de tijd heen helpen, het lawaai van de motoren en de voorgefabriceerde maaltijden, die door een gesimuleerd dag-/nachtritme net niet op het juiste moment voorgeschoteld worden. Na een overstap in Hong Kong (wat een kwestie was van uit vliegtuig X stappen, via de transfer en douane terugkeren bij datzelfde inmiddels schoon gemaakte en bijgetankte vliegtuig X, om opnieuw bij dezelfde gate als waar we uitstapten aan boord te gaan voor het laatste stukje), kwamen we in Manila aan. Dat Manila niet de ‘place to be’ was hadden we al gelezen, dus waren we toch zo verstandig geweest om vooraf al direct een doorvlucht te boeken naar het eerste eiland: Palawan. Een vlucht die 2 dagen voor vertrek letterlijk 10 keer zo duur was als een week of 2 ervoor. Wat later bleek, veroorzaakt was door een zogenaamde ‘summit’, een dag of 10 waarin de Filipino’s besloten hadden om niet zoveel te doen en er zeker geen vluchten van en naar Manila gingen. 

De eerste accommodatie hadden we ook in Nederland al geboekt, want we kwamen pas rond een uur of 6 op het vliegveld van Puerto Princesa op Palawan aan. Ik wilde er zeker van zijn dat we niet veroordeeld zouden zijn tot de hostels die ik in Australië zo veelvuldig gezien heb, je merkt dat je toch naar een soort van kwaliteitsstandaard verlangt, hoe ouder en meer levenservaren je wordt. Onze bestemming Holiday Garden Inn zou slechts een straat verderop liggen, toch lieten we ons overhalen om ons met een zogenaamde tricycle (een brommer met overdekte zelf-gefabriceerde zijspan) te laten brengen, wat overigens nog geen euro kostte. Prima dus! Een fantastische plek met zeer ruime kamers gelegen aan een binnentuin, de geur van wierook, hangmatten, rum-cola voor een euro, ‘banana flambé’ als toetje en een heerlijk bed na een vermoeiende reis. Genieten met een grote G! 

 Het kostte ons die avond nog zeker ruim een uur om de accommodatie voor de dag erna te vinden en een bus te regelen, want we wilden door om de 5 dagen die voor ons lagen tot aan de reeds geboekte vlucht op zondag naar Cebu, zo efficiënt mogelijk te besteden. De volgende ochtend werden we rond een uur of 8 opgehaald met een airconditioned 12-persoons busje. Helaas zat deze al aardig vol en moesten Dennis en ik op de minder comfortabele voorstoelen zitten voor een rit van zeker 6 uur naar het noordelijke gelegen El Nido. Gelukkig heb ikzelf wat extra vet op de billen, dus was de minst comfortabele (houten) zitting nog redelijk vol te houden, stopten we halverwege bij restaurant ‘Halfway’ voor een goedkope lunch en konden we onderweg toch wel het beste van alle passagiers genieten van hetgeen we tegen kwamen; zoals koeien die onverwacht overstaken, een kip die tegen het raam vloog (en vervolgens dus niet meer vloog) en getoeter en slalommen om alles wat op de weg liep en lag, zoals naar schoolgaande kinderen en doeken met rijst die langs de weg lagen te drogen in de zon. 

 

Het was nog even spannend of we onze volgende bus om 2 uur zouden halen, want we wilden door naar een resort aan de oostkust, zo’n 40 kilometer van El Nido, alleen per onverharde weg te bereiken. Rond half 2 bleek dat we over de laatste 40 kilometer nog zeker 1,5 uur zouden doen, dus belde ik de dame van het Tapik Beach Resort en spraken we af dat we voor 3 euro per persoon met en volgend busje (en laatste van de dag) om 6 uur mee zouden kunnen. In El Nido aangekomen maakte Dennis meteen even kennis met de gemakken en ongemakken van de hoeveelheid bagage die je mee sjouwt op zo’n reis, hij vergat z’n (dag)rugzak uit het busje te pakken, terwijl het busje weg reed. Met een backpack van zo’n 15 kilo op z’n rug en slippers aan z’n voeten rende hij voor wat z’n leven waard was achter het busje aan om hem tot stilstand te brengen, want zonder paspoort en andere belangrijke spullen die je logischerwijs in je handbagage stopt, wordt het lastig verder reizen. Met hulp van omstanders werd het busje tot stilstand gebracht en waren we meteen een ervaring rijker 🙂 We besloten opnieuw een tricycle te nemen die ons naar het centrum van El Nido bracht, waar we onze tassen naast ons neer konden zetten en voor het eerst met onze voeten in het zand konden genieten van een overheerlijke en welverdiende cocktail.

Een uur of 3 later kostte het de bestuurder van onze laatste tricycle wat moeite om het restaurant te vinden waar we opgehaald zouden worden voor de reis naar Sibaltan, omdat het restaurant recentelijk verhuisd was, maar we wisten er toch te komen. Wonderbaarlijk genoeg wist de dame in het restaurant van onze komst en gaf ons meteen de telefoon alwaar de dame van het Tapik Resort aan de lijn hing, die ons vertelde dat het busje een uur later zou komen. Uiteindelijk werd het nog een uurtje later, toen we in een conversatie met gebrekkig Engels (van de serveerster) onze zorgen uitten dat de bus na inmiddels nog een half uur later er nog steeds niet was en of hij nog wel zou komen, het was immers onze laatste kans om naar de kennelijk onbereikbare plek te komen. Na in totaal een uur of 5 wachten, kwam het busje gelukkig voor rijden en stapten we in voor een – zo hadden we gelezen – avontuurlijk rit naar Sibaltan…

“The thing I love to do most is to go where I have never been before”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: