We besloten het anders te doen en dat werkte.

Hoe goed je je ook voorbereidt en inleest bij de komst van een eerste baby, het blijkt uiteindelijk toch één grote zoektocht naar ritme in de hoop op wat regelmaat. Ook bij een tweede zal dat wellicht niet heel anders zijn, maar daar kan ik nu nog niet zoveel over zeggen.

Zo had ook ik me braaf ingelezen tijdens onze vakantie in Toscane rond m’n 36e zwangerschapsweek, onder andere in het boek ‘Regelmaat en inbakeren‘ van Ria Blom. Volgens sommigen dé bijbel van het opvoeden. Ik kon me er eigenlijk ook wel in vinden en vond het fijn om iets van houvast te hebben en antwoord op vragen die ik had over hoe ik de dingen zou moeten aanpakken als die kleine er eenmaal zou zijn. Het gaf mij bij voorbaat al rust dat ik een soort van plan voor ogen had. Dat plan had met name te maken met een bepaald patroon van ‘ontwaken, voeden, eten, slapen’, het herkennen van vermoeidheidssignalen en het houden aan bepaalde tijdperiodes tussen elke voeding. Dat inbakeren was voor mij geen must, ik zou wel zien of dat ook echt nodig was.

67

Uiteraard bleek het uiteindelijk allemaal heel anders uit te pakken, met die beoogde regelmaat. Jelle sliep in totaal nog geen 2 uur overdag, huilde veel (en hard) en was mega onrustig. Al dagen hield ik op papier bij hoeveel (of eigenlijk, hoe weinig) Jelle sliep, versus de uren dat hij wakker was en op welke tijden hij dronk. Zo kon ik de dagen terug kijken en zien hoe ver die regelmaat nog te zoeken was en ’s ochtends zien hoe vaak en op welke tijden ik er die nacht ook alweer uit geweest was. Ik werd er moedeloos en verdrietig van, kan ik je zeggen. Zelfs de buurvrouw zag dat ik er doorheen zat.

Uiteindelijk probeerden we toch ook het inbakeren. Eerst met een Puckababy Piep en later op advies van het consultatiebureau met een Pacco inbakerdoek, maar ook dat mocht niet baten. Hij sliep er zo nu en dan prima mee, maar was op (veel) andere momenten vooral druk om zichzelf uit dat rotding te bevrijden.

Zelf vond ik de hele situatie niet alleen mega vervelend voor Jelle, maar werd ik er zelf vooral ook onrustig van. Ik baalde dat het niet zo liep zoals ik voor ogen had.

Na een week of 3 kwamen we erachter dat de chaos en onrust waarschijnlijk vooral veroorzaakt werd door de borstvoeding die niet optimaal liep. Althans, het drinken kostte Jelle teveel moeite, waardoor hij te weinig binnen kreeg en vaak tijdens het drinken al in slaap viel. Gelukkig had ik inmiddels een kolfapparaat geregeld via een neef die net uit de luiers was en ben ik meteen gaan kolven. Da’s trouwens zoiets waar je ook nog best een blog aan kunt wijden.. Anyway, door het kolven konden we Jelle met de fles in elk geval wel voldoende voeding aanbieden en hadden we ‘het schema’ beter in de hand. Voor noodgevallen en voor de laatste voeding voor het slapen gaan, hadden we ook alvast een blik poedermelk in huis gehaald. Voor mij was het een grote opluchting dat Jelle niet langer alleen van mijn ‘productie’ afhankelijk was, dat Dennis en ik de taken konden verdelen en ik hem nog steeds borstvoeding kon geven als we op pad waren of gewoon even om hem in slaap te krijgen.

Sindsdien hadden we het ritme aardig te pakken. Overdag sliep Jelle vaak een uur of 2 achter elkaar in zijn wandelwagen in de woonkamer en na een maand of twee vond ook Jelle het ook wel tijd worden om ook ’s nachts gewoon lekker door te slapen en pas om een uur of half 8 in de ochtend wakker te worden. Toen Jelle begin november voor het eerst naar het kinderdagverblijf ging, leek het me wel goed dat hij ook thuis overdag in zijn ledikant zou slapen, wat hij op het KDV ook zou moeten. Dat ging de ene keer beter dan de andere keer.

Tegen het einde van november, toen Jelle zo’n 3,5 maand oud was, moest ikzelf weer aan het werk. Vanaf dat moment begon de dagelijkse logistieke uitdaging van jezelf werk-klaar maken en Jelle op tijd gereed hebben om naar de crèche danwel naar de schoonouders te brengen, maar daarover heb ik in een eerder blog over ‘Het oude tempo, koffie en grote-mensen-praat’ al uitgebreid verslag gedaan. Vóór mijn zwangerschap was ik gewend om mijn werk-ochtenden redelijk rustig aan thuis te beginnen met het afwerken van m’n mails, omdat ik altijd pas na de file naar kantoor in Amsterdam reed. Vanaf nu móest Jelle echter op de crèche-dagen (dinsdag en vrijdag) uiterlijk om 08:45 uur bij de crèche zijn en moest ik ook redelijk op tijd de deur uit op de dagen dat hij naar m’n schoonouders ging (donderdag): tien minuten heen wandelen, tien minuten terug wandelen, daarna mezelf verder gereed maken om fatsoenlijk de deur uit te kunnen gaan. Voordat ik op die dagen in de auto zat, was het ook zo al een uur of half 10. Vervolgens waren er de dagen dat ik vrij was, de maandag en de woensdag (omdat mijn eigen moeder pas vanaf januari kon oppassen, besloot ik na mijn verlof van start te gaan met een 3-daagse werkweek). Die dagen dat ik vrij was, kon ik het in principe wél rustig aan doen en m’n ritme meer door Jelle laten leiden, wanneer hij wakker werd en het dagelijkse ritueel van start zou gaan. Tot slot de weekenden: ultiem relaxen. Liefst namen we Jelle die dagen tot een uur of 11 bij ons in bed en sliepen we lekker met ons drieën uit.

“Go with the flow”, beviel me eigenlijk wel.

Dit alles ging een maandje best aardig. Op de crèche pakken ze het sowieso gestructureerd aan en kun je erop vertrouwen dat hij zoveel mogelijk slaap krijgt op een dag. Op de dagen dat ikzelf de oppas was, probeerde ik Jelle natuurlijk ook zoveel als mogelijk te laten slapen, maar ging ik soms wellicht wel iets te vaak met hem op pad.. het dorp uit.. samen leuke dingen doen.. En samen uitslapen, ook zo fijn. Voor de schoonouders had ik inmiddels een oppasdagboekje gemaakt, waarin ik wat richtlijnen had opgeschreven, zodat we met z’n allen enigszins op één lijn zouden zitten qua ‘ritme & regelmaat’.

Ook bleef het voor mijzelf zoeken in de ochtenden: ga ik eerst met mijzelf aan de slag en haal ik Jelle pas op het laatste moment uit bed? Zorg ik dat Jelle eerst in de kleren is en kom ikzelf aan de beurt als hij de deur uit is? Laat ik hem zo lang mogelijk slapen en breng ik hem half-slapend weg? Wacht ik met zijn eerste fles totdat hij op de crèche of bij de schoonouders is, omdat ik blij ben dat hij nog even wat langer slaapt? En wat als ik een dagje bij mijn eigen ouders ben, waar hij nog niet zo bekend is, laat ik hem dan gewoon vertrouwd in de wagen slapen overdag?

Dat deze zoektocht bij ons, onrust bracht bij Jelle, bleek ergens halverwege december. Hij sliep overdag steeds minder goed, werd mega onrustig bij het drinken van zijn fles en sliep `s nachts heel licht, waardoor hij zeker 10 tot 15 keer in de nacht wakker werd. We waren gewend om Jelle gewoon te laten kletsen/jengelen àls hij wakker werd, waarna hij meestal vanzelf wel weer in slaap viel. Dat lukte nu echter niet zomaar meer. Elk uur lagen wij zeker een kwartier wakker, terwijl we naar Jelle lagen te luisteren in afwachting of hij weer zou gaan slapen. Dat resulteerde uiteindelijk in een situatie waarbij Dennis en ik zo ongeveer elk half uur om beurten uit bed gingen om de speen terug in Jelle z’n mond te stoppen, zodat hij weer even stil zou zijn. Geen doen natuurlijk! En dat voor een week of 2 aaneengesloten..

Ergens tussen Kerst en Oud&Nieuw besloot ik eens te bellen met het consultatiebureau. Nu heb ik in de tijd dat de borstvoeding niet zo goed liep en Jelle erg onrustig was, al veel hulp en steun gehad aan de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau, ook nu had ik een dame aan de lijn die zo zorgzaam en begripvol was, dat je meteen naar haar toe zou willen gaan om haar een dikke knuffel te geven. We hebben ruim een half uur aan de telefoon gezeten. Wat we in het bekende ‘oei ik groei’ boek al gelezen hadden, bevestigde zij. Met 19 weken, ofwel 4,5 maand, zat Jelle nu in een fase waarin hij veel leerde ontdekken, wat hij in de nacht verwerkte en daardoor veel lichter sliep dan normaal.

Advies was om hem iets meer rust te gunnen. Minder speeltjes, aantal speeltjes afbouwen voor het slapen gaan, voeden zonder afleidende factoren, met regelmaat alleen laten spelen, maar vooral ook: op gezette tijden voeden en laten slapen. Dat beoogde schema, dat zo langzamerhand wat verwaterd was, trok ik dus maar weer uit de kast en we gingen weer aan de slag met ons streven naar ‘Rust & Regelmaat’. Hoe de dag ook verder zou verlopen en waar hij de dag ook door ging brengen, streven was om Jelle vanaf nu altijd rond 8 uur z’n eerste fles te geven. Elke volgende fles volgde 4 uur erna. Tussen elke fles sliep hij in principe. In de ochtend en namiddag minimaal een uurtje en tussen-de-middag een uur of 2,5 als het even kon. Rond 7 uur ging hij vanaf nu naar bed en werd nog 1 keer wakker gemaakt voor zijn laatste nachtvoeding rond half 11.

Nu maar hopen dat hij snel weer zou gaan doorslapen… De staat van 24/7 vermoeidheid was inmiddels aangebroken.

Inmiddels zijn we een maandje verder en hebben we onze nachtrust ‘zo goed als’ weer terug. Af en toe moeten we er nog een keer of max 2 uit in de nacht, om Jelle te helpen zijn speen weer terug te vinden, maar in principe slaapt hij weer redelijk door. Tot half 8 doorslapen is na deze periode helaas een uitzondering, de standard ligt nu eerder rond half 7 of 7 uur. Maar ook dat is 100 keer beter dan de tijd dat we een keer of 10 per nacht ons bed uit moesten.

Zzzzz. Slaap lekker!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: