Kite fast, live slow.

Vroeg was het zeker, afgelopen maandagochtend toen we vertrokken naar onze laatste bestemming: Boracay Island. Om 5 uur stond de wekker, omdat we nog voor 6 uur opgehaald zouden worden om naar het vliegveld van Camiguin Island te rijden. Hoewel onze vlucht om 07:30 uur gepland stond, werd het zeker een uur later voordat hij daadwerkelijk vertrok. Zo gaat dat vaker op de lokale vliegvelden hier, hebben we al gemerkt. Zo ook op de luchthaven van Cebu City, waar onze overstap plaatsvond, en de volgende vlucht eveneens vertraging had. Omdat we na deze vlucht nog zeker anderhalf uur met een busje moesten reizen en de laatste bangka (boot) naar Boracay om 19 uuR vertrok, begon het wel spannend te worden of we dat zouden gaan halen. We moesten ter plekke immers ook nog uitzoeken welk vervoer we waar konden vinden en wat een enigszins voordelige optie zou zijn. Nu viel dit alles mee, want wij waren uiteraard niet de eersten die vanaf vliegveld Kalibo naar Boracay reisden, dus toen we op het vliegveld naar buiten stapten, werden we belaagd door mannetjes die ons een combi bus-bootticket aan konden bieden voor 250 peso’s (5 euro) per persoon. Uiteindelijk blijkt dan dat je de diverse terminal fees (à 150 peso’s p.p.) nog zelf moet betalen en het bootticket zelf – die bij de deal inbegrepen zat – maar 60 peso’s kost, maar dat mocht de pret niet drukken. We waren blij dat we uiteindelijk toch relatief snel en eenvoudig Boracay zouden gaan bereiken. 

 

Het was inmiddels donker toen we bij de bootterminal in Catlican aankwamen, waardoor we voor het eerst een bangka-tocht op een donkere zee zouden meemaken. Dan gaan er toch aardig wat spookverhalen door je hoofd en bedenk je toch even wat je zou doen en meenemen, mocht je ter water raken. Niet lang daarvoor had ik toevallig nog een stukje in de Lonely Planet gelezen van een van de auteurs, die haar eigen zwemvest mee nam op haar reis door de Filippijnen. Sommige boten hebben life jackets, maar vaak niet voldoende voor alle passagiers, omdat de boten vaak te vol geladen worden. ‘A general culture of fatalism’, zoals het reilen en zeilen rond de ferrie’s en bangka’s ook wel wordt beschreven, ‘it’s best to follow your instinct’. Als er al voldoende life jackets zijn, dan is het vaak niet meer dan een paar blokken piepschuim in een fel oranje gekleurde hoes met wat touwtjes eraan, veiligheidsinstructies hoef je zeker niet te verwachten, dus grote kans dat de grote aantallen drenkelingen uit het verleden vooral gevolg zijn geweest van andermans incompetentie. Oké, zo ernstig als ik het nu beschrijf gaat het er lang niet altijd aan toe, althans niet in onze beleving, maar dat zwemvest deden we voor de zekerheid toch even aan en we zorgden dat hij goed vastgeknoopt was om ons ook daadwerkelijk drijvende te houden, mocht het nodig zijn. Gelukkig haalden we veilig en droog het vasteland.

Boracay, een van de kleinste eilanden van nog geen 7 kilometer lang, wordt ook wel gezien als de twee-na-beste eilandbestemming in de wereld (na Palawan, waar we onze reis begonnen). Zoiets wordt natuurlijk vaak geroepen door diverse website en magazines, maar daardoor toch ook voor ons de moeite waard om te bezoeken. Nu we er toch zijn. De voornaamste attractie van Boracay is White Beach, een 4 kilometer lang postcard-perfect hagelwit en superfijn zandstrand, met een helderblauwe zee, zo ver als je kunt lopen. Van de ene tot aan de andere kant volledig volgebouwd met restaurants met terrassen onder de palmbomen, bars, winkeltjes, duikshops en resorts, de ene nog luxer dan de andere. De boulevard direct op het strand – een zandpad dus – is vooral geliefd onder Aziatische toeristen. Overdag zie je het ene na het andere stel fotoshoot’s maken op het strand, met parasailers en bananenboten op de achtergrond en verder een relatief lege zee, met hier en daar een met lange broek, surfshirt en hoed bedekte Aziatische toerist of minst aantrekkelijke (wal)Rus die verkoeling zoekt in het water.

Zoals velen, hadden ook wij voor vertrek al besloten om onze reis af te sluiten op een bounty-locatie, om nog even tot rust te komen voordat het werkende leven weer van start zou gaan. Nu blijkt achteraf dat we dat Paradijs al aan het begin van onze reis bezocht hadden, maar het toeristische Boracay bleek uiteindeijk een prima afsluiting. De vlucht naar Boracay hadden we al op tijd geboekt, op een later moment zouden we de overnachtingen in een luxe resort er wel bij boeken, want daar waren we nog niet zo snel over uit. Gelukkig dat we dat dachten, want toen we eenmaal de tijd namen om een luxe accommodatie voor teveel geld uit te zoeken, ergens aan het begin van de 3e week van onze reis, hadden we die behoefte aan een luxe resort al lang niet meer zo sterk. Luxe vinden we thuis wel weer, als je die vergelijkt met de wereld van hier. Wat we wel wilden was nog een keer een leuke en gezellig accommodatie, niet het allergoedkoopste, maar ook iets zonder marmeren vloeren, piccolo’s en een ontbijtbuffet. Waar we Boracay ook voor wilden bezoeken, behalve White Beach, was de hoop op voldoende wind om te kunnen kitesurfen. Dat kan aan de andere kant van het eiland – dat overigens max een kilometer breed is, bij Bulabog Beach. Raad het of niet, dat strand schijnt volgens WikiTravel dan weer de beste kitesurfspot van Azië te zijn. We vonden een super leuk en knus kitesurfresort, met zo’n 10 kamers die uitkijken op de binnenplaats van het resort en sommigen met zicht op zee. 

Na een volledige dag reizen kwamen we die maandagavond rond een uur of 7 bij Isla Kitesurfing Guesthouse aan, waar we van de bewaker onze kamersleutel kregen. Na een snelle hap in het barretje naast het guesthouse, zochten we ons bed weer op tijd op. De volgende morgen werden we natuurlijk weer vroeg wakker en verbaasden ons toen we rond half 7 het gordijn van onze kamer open schoven, en de eerste kitesurfers al op het water zagen. We besloten de dag te beginnen met een ontbijtje bij de bar naast ons guesthouse, om de situatie aan het strand maar eens van dichtbij te gaan bekijken. Hoewel het onmogelijk druk leek op het water en de wind een tikkeltje te hard, besloten we toch maar eens te informeren wat de opties waren qua les en het huren van materiaal. Dennis had in het verleden al eens een beginnerscursus gedaan, maar kon wel wat opfrissing gebruiken, ikzelf wilde ook graag weer eens les nemen om m’n techniek te verbeteren en met keer zekerheid het water op te kunnen. Gezien de drukte, leek het me sowieso verstandig om met een les te beginnen, om wat beter zicht te krijgen hoe om te gaan met de drukte. Dennis kreeg instructeur Jason toegewezen en ik toepasselijk instructeur Denis. Die middag hadden we beiden een uur of anderhalf les, waarbij Dennis weer zekerheid kreeg met de beginselen van het kitesurfen om de volgende dag met de waterstart te beginnen, ikzelf probeerde vooral ‘upwind’ te leren varen, iets waar ik vaak nog moeite mee heb, maar wel noodzakelijk is om niet te snel af te drijven. Na de les wandelden we naar de andere kant van het eiland om White Beach eens te gaan verkennen en kochten we een fles water en zak chips bij de supermarkt en keken we vanaf het druk bezette strand naar een mooie zonsondergang. Na een voordelige maaltijd bij een klein restaurant in de straat naast ons guesthouse, gingen we weer op tijd naar bed. De les voor de volgende dag stond om 8 uur immers alweer op de planning.

De wekker stond die woensdagmorgen om 7 uur klaar om ons te wekken, maar bleek niet nodig omdat onze biologische klok al veel eerder van mening was dat de dag maar weer van start moest gaan. Bij het openen van de gordijnen leek het echter te stormen buiten en hoopten we stiekem dat we het water niet op hoefden die ochtend. Vanaf de maand november tot ergens in maart is de wind vrij constant op de Filippijnen, volgens onze instructeurs was er dus geen enkele reden om het water niet op te gaan. Kwestie van een kleinere kite pakken en iets meer uit het vaarwater van de pro’s proberen te blijven. Gelukkig is Bulabog ook daar prima geschikt voor en werd de linkerzijde van de baai vaak gedomineerd door kites die in het water lagen, ofwel de beginners die zich in het zweet werkten om die joekel van een kite onder controle te houden. Terwijl Dennis zijn doorzettingsvermogen op de proef stelde, lukte het mij die ochtend eindelijk om met een lekker tempo upwind heen en weer te varen. Met nog altijd pijnlijke bovenbenen van de hike op Camiguin, hield ik het rond kwart over 9 even voor gezien, waarmee ik ook meteen m’n laatste les had afgesloten. Niet veel later kwam ook Dennis uit het water, om in de middag weer verder te gaan. Helaas nam de wind die middag snel af, want ik had graag de hele middag van m’n gehuurde spullen gebruik willen maken. Maar toen ik m’n kite van 9m omwisselde voor een 12m en ook die onvoldoende kracht gaf om me voort te trekken, was ik niet de enige die het voor gezien hield. Hoewel we beiden een redelijk voldaan gevoel hadden over gehouden aan de anderhalve dag op het water, was het jammer dat de wind ons voor de rest van de week in de steek liet en we nauwelijks nog foto’s hebben kunnen maken. Tegen het einde van de middag besloten we nog wat tijd door te brengen op White Beach met zwemmen, zonnebaden, winkelen en cocktails drinken. Na een tussentijdse douche in ons appartement, wandelden we terug naar White Beach voor een heerlijke maaltijd en zochten we redelijk vroeg ons bed op. 

Ook die donderdag stond voor Dennis om 8 uur een les gepland en was ik van plan om eerst wat foto’s van hem te maken, voordat ik opnieuw materiaal zou huren voor een halve dag. Helaas zagen we zelf al dat er veel te weinig wind was, toen we de gordijnen open deden. Dat er vooral vissers in de baai te vinden waren, was ook een teken dat er voor kitesurfers weinig te zoeken was. We genoten weer van een ontbijt met muesli en vers fruit, maakten een strandwandeling naar het einde van de baai, wachtten nog een uurtje en lieten toen ons telefoonnummer achter bij de dame van de kitesurschool. Ze zou ons berichten als de wind weer zou aantrekken, zodat wij – ook niet verkeerd – konden genieten van een dagje White Beach. Ik wilde dat mooie strand ook graag wel eens in een iets rustigere status bewonderen, dan uitsluitend overladen met toeristen die tegen het einde van de middag vanuit hun resort naar het strand komen om er vervolgens nog een lange nacht van te maken. Gezien de temperatuur werd het vooral een ochtend lang in de zee dobberen, op het strand liggen was nauwelijks uit te houden. Tegen het begin van de middag hielden we de hitte op het strand voor gezien, liepen we de boulevard nog eens af op zoek naar leuke souvenirs, aten we een pizza als lunch en keerden we terug naar onze accommodatie. De wind was nog altijd niet aangetrokken, maar toch waren er een aantal fanatiekelingen op het wat te vinden met kites van 15 tot 20 vierkante meter en zelfs iemand die drie kites aan elkaar had geknoopt om maar zoveel mogelijk wind te kunnen vangen. Het was een mooi tafereel. Voor mij ook de kans om m’n blog over de derde week te schrijven, wat me toch weer een uur of 3 kostte die middag. We besloten ook de laatste avond bij White Beach te gaan eten, waar we de avond ervoor een leuke tent hadden gevonden met happy hour en live gitaarmuziek. 

Daarmee was helaas ook het einde van onze reis aangebroken, de volgende ochtend vertrokken we rond 8 uur om met de bangka terug naar Catlican te gaan, een busje naar Kalibo te nemen, vanwaar onze vlucht naar Cebu vertrok. In Cebu hadden we een uur of 8 overstaptijd, Lance van onze oase op Bohol had Dennis verteld dat er een luxe hotel te vinden was tegenover Cebu airport, waar je gratis je tijd kon overbruggen. Een duik in het zwembad bleek alleen nog 300 peso’s (6 euro) te kosten, maar wij vermaakten ons prima met een uitgebreide lunch, het schrijven van het begin van dit blog, het opmaken van de financiën van de reis en het eten van met name de overheerlijke toetjes van het dinerbuffet. Hoewel onze reis vlekkeloos is verlopen, ging het op Cebu airport bijna mis toen de backpack van Dennis door de scan ging en er een aansteker in de tas zou zitten, wat niet toegestaan was. Aangezien we beiden geen rokers zijn, waren we er 100% zeker van dat de lui van de douane het mis hadden. Echter bleven zij vol houden en moest de hele tas overhoop en de inhoud ervan per portie opnieuw door het scanapparaat. Uiteindelijk bleek er een nog onontdekt vak in de backpack te zitten (Dennis had de tas van een vriend geleend, bedankt Greg!), waar inderdaad een aansteker in verstopt zat. Gelukkig hadden we onze tijd voor het inchecken wat ruim genomen en konden we na dit tafereel alsnog rustig inchecken en ons vliegtuig opzoeken.

Inmiddels hebben we de vlucht van Cebu naar HongKong achter de rug en zijn de laatste twee uurtjes van onze vlucht naar Amsterdam in gegaan. Hoewel het voor ons straks al 2 uur in de middag is, doen ze hier alsof de ochtend net begonnen is met een ontbijtje in het vliegtuig en een klok die plotseling op 7 uur staat als we landen in Amsterdam. Na een lange reis van zo’n 28 uur en wederom een slopende nacht in het vliegtuig, zal het fijn zijn om weer terug te zijn. Zoals vaker bij mij het geval, begint m’n lichaam een beetje af te takelen, met een opkomende oorontsteking, keelpijn, schouders die nog altijd niet happy zijn, een muggenbeet op m’n enkel die inmiddels is omgetoverd in een wond die het zeewater niet langer kan verdragen en nog wat andere pijnlijke plekjes hier en daar. Hoewel de Filippino’s daarnaast ook nog eens hun uiterste best deden om de kerstsfeer op gang te brengen met kerstliederen, versiering en plastic kerstbomen, voelt dat in zo’n land toch wat onwerkelijk, zoals ik dat 4 jaar geleden in Australië ook al ervaarde. Hopelijk vinden we ergens vandaag nog een boompje die in ons huisje past en kunnen we tijdens het ophangen van de ballen terugdenken aan een fantastische reis. Met in totaal zo’n 12 plekken op 8 eilanden bezocht te hebben in 4 weken tijd, hebben we er naar ons gevoel alles uitgehaald. Met meerdere hoogtepunten zoals het Paradijs op Palawan, de zeeschildpadden op Apo Island, de 13-meter hoge sprong in de canyon op Siquijor, voor Dennis z’n eerste duik, de heerlijk nacht in de oase op Bohol en het kitesurfen op Boracay, maar eigenlijk was elke nieuwe plek een fantastische ervaring op zich en is het mooi om te zien hoe de lokale bevolking hier leeft?

Hoewel de Filippijnen nog niet zo bekend zijn als vakantiebestemming – andere Nederlanders zijn we nauwelijks tegen gekomen – is het wat ons betreft zeker een aanrader in vergelijking met landen als Thailand, Maleisië en Indonesië. Niet als je vooral op zoek bent naar cultuur, wel als je zoekt naar mooie stranden, actieve bezigheden zoals snorkelen, duiken, kitesurfen, hiken en mountainbiken, een makkelijk bereisbaar en goedkoop land, heerlijk eten, vriendelijke mensen, een afwisseling van vulkanen, stranden, regenwouden en je tussen de locals begeven, kortom een zeer avontuurlijk en afwisselend land!

Voor nu rest mij niet meer dan jullie – ook namens Dennis – te bedanken voor het volgen van ons avontuur. Kom nog eens terug voor de foto’s, die maken het avontuur compleet. Het was weer een aardige tijdsinvestering, maar de leuke reacties maken het meer dan de moeite waard en voor ons een leuke herinnering om later nog weer eens terug te lezen. Tot een volgend avontuur!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: