Mama’s kleurrijke kleren vol herinneringen

Vandaag is het zover. In een huis vol met achterstallige rommel, ga ik vandaag aan de slag met de kleren van mama. Al jaren zitten ze in mijn hoofd, in de weg, omdat ik er nog iets mee wil. Wat precies, weet ik niet. Sommige nabestaanden laten van kleding een grote sprei met allerhande lapjes stof maken, een teddybeer, een kussensloop of een vlaggenlijn. Vaker dan eens heb ik naar ideeën gezocht, maar geen van die dingen zie ik ergens in ons huis een blijvende plek krijgen. Dus deed ik al die jaren niets met de kleren van mama.

Ik weet het nog goed, vlak na mama’s overlijden begonnen papa en ik haast onbezonnen de kasten leeg te halen. Alsof het nodig was om verder te kunnen, alsof mama’s spullen er niet meer mochten zijn, alsof we het hoofdstuk ‘mama’ zo snel mogelijk wilden afsluiten. Gelukkig bleef het op dat moment bij witgoed, wat deels oma’s nalatenschap was, zoals tafellakens en beddengoed. De vuilniszakken met kleding nam ik mee naar huis, om bij ons in het dorp in de kledingbak te gooien. Om de een of andere reden deed ik dat niet en belandden de vuilniszakken bij ons op de vliering. Vier vuilniszakken, plus een vuilniszak vol met schoenen. Een selectie van de mooiste kleding bleef in mijn ouderlijk huis in Apeldoorn, in de kledingkast op mijn vroegere slaapkamer.

Als ik in Apeldoorn was, waar in die tijd alles zo snel veranderde en thuis soms ver te zoeken was, was het fijn om op z’n minst op zolder op mijn eigen slaapkamer even met m’n hoofd tussen mama’s kleren te kunnen duiken. Terug naar hoe het was, herinneringen opsnuiven. Tegelijkertijd hechtte ik ook steeds meer waarde aan alle andere kleren die ik bij ons thuis bewaard had, de vuilniszakken op de vliering. Ik ontdekte dat hoe langer je iemand moet missen, hoe meer je op zoek gaat naar de dingen die er nog wel zijn, al zijn het slechts kleren, sieraden of een boek die iemand graag las. Het helpt je herinneren aan waar diegene van hield en hoe iemand was. Hoe fijn ook, de zakken stonden aardig in de weg en ook het feit dat alles in vuilniszakken zat, was geen prettig idee. Maar wat ik met de kleren aan moest, wist ik nog steeds niet.

Nu ik minder werk, probeer ik dit soort (rouw)taken één voor één weg te werken, om wat meer ruimte in m’n hoofd te maken voor andere dingen. De psycholoog zei het nog, zie het niet als één groot ding, maar doe stapje voor stapje, telkens een beetje. Zodoende was vandaag de kleding van mama aan de beurt. Eerder deze week kocht ik een paar grote doorzichtige plastic bakken bij de Action, de een-na-grootste die ik vinden kon. Ik besluit dat ik één plastic bak vol met kleding mag bewaren, de rest gaat weg.

Kleren die herinneren aan hoe ze was.

Hoewel mama haar postuur niet altijd mee had, had ze wel smaak. Tijdens feestjes, op zondagen, naar vergaderingen of andere belangrijke afspraken, was ze altijd netjes gekleed. Zoals een nette broek met kleurrijke bloes, of een mooi pak met een rok, een shirtje en colbertje van dezelfde bloemenstof. Sowieso droeg ze altijd graag mooie vesten, een sjieke coltrui of colbert met een mooie bloes eronder met franjes. Altijd met bijpassende sieraden, zoals een broche, een opvallende ketting en donkerroze nagellak. Zowel die sieraden als haar kleding zijn een kleurrijk tafereel. Wat dat betreft zal een vlaggenlijn van die kleding niet misstaan!

Mama shopte vooral in Apeldoorn, bij kwaliteitszaken als Miss Etam, Witteveen of Van Uffelen. Hoewel we beiden niet van shoppen hielden, deden we zo nu en dan een poging. Het lastige was dat we een compleet andere smaak hadden. Ik weet nog goed dat ik het op die leeftijd lastig vond beoordelen of ik iets mooi bij haar vond staan of niet, als ze tijdens het geduldig wachten bij het pashokje, om mijn mening vroeg. Ik knikte braaf omdat zij het zo mooi vond, maar zelf miste ik enige pasvorm, vond ik het te ouderwets of teveel kleur, gewoon niet helemaal mijn smaak. Tegelijkertijd probeerde ze mij tijdens zo’n shopuitje altijd een “setje” aan te smeren. Ik weet nog dat ik me een keer een bruin gemêleerde rok liet aanpraten. Ze zocht er een effen vaalbruin shirtje bij, precies in de kleur van een accent uit de rok, met liefst ook nog een bijpassend vestje, ketting, sjaaltje of nagellak. Ik weet nog dat ik zowel die bruine rok als dat bruine shirtje nooit gedragen heb.

En nu, nu zou ik willen dat we weer eens samen konden winkelen in Apeldoorn. Lekker slenteren, lunchen en bijpraten. In plaats daarvan zie ik vandaag kledingstukken voorbij komen met in de nek een labeltje gestreken met de naam ‘Pachterserf’, het verzorgingstehuis waar mama verbleef tot aan haar overlijden. Een plek met verschrikkelijk herinneringen, maar da’s een heel ander verhaal. Mama belandde daar eind november met wat meubels, spullen en een tas vol kleding. Niet veel later werden we gevraagd om een pyjama, een badjas en wat effen shirtjes te kopen, want ze paste haar kleding steeds minder goed. En nu zit ik hier alleen op onze vliering met getekende kleding van mama, want die labeltjes gaan er niet zomaar uit. Die zijn zo vast gestreken dat ze nog jarenlange wasbeurten bij de stomerij hadden moeten overleven, maar zover is het nooit gekomen. Nog geen paar maanden, toen kon de tas met kleding weer mee naar huis. En nu staat het hier bij mij op zolder.

Zorgvuldig ga ik door de kleren heen.

Ik vind een vest met een vergeten zakdoek in de zak. Ik hoop haar geur te ruiken, of iets te ontdekken wat ze in haar broekzak vergat. Ik kom haar skipak tegen, die gaat zeker weg. Hoewel mama niet van skiën hield, deed ze zo nu en dan een dappere poging om mee te gaan, maar zelden met succes. Ofwel het appartement viel tegen, of het weer was slecht, of we zaten op een plek waar weinig te beleven was. De laatste keer verloor ze zelfs haar tas, wat – achteraf gezien – vermoedelijk al een eerste uiting was van de ziekte waar ze zo’n 5 jaar later aan overleed.

Ik zoek verder naar dingen die ikzelf misschien nog aan kan, maar het meeste is niet zo mijn smaak en al helemaal niet mijn vorm. Ik bewaar de kledingstukken die zo herkenbaar zijn, omdat ze ze als zo lang en vaak droeg en een enkel vestje haal ik eruit. Ook het warme groene fleecevest, vermoedelijk van de ANWB, dat mama haast dagelijks op de camping droeg. Ik besluit alle kleurrijke kledingstukken te bewaren, mocht ik er ooit nog eens een bestemming voor vinden. Misschien toch die vlaggetjeslijn, wie weet. Een grote stapel effen broeken, waaronder een collectie driekwartbroeken, gaat weg. Evenals de grote collectie schoenen, vooral sandalen en instappers. Een enkel paar laarzen verkocht ik eerder al op Vinted, wat ik ook met al deze kleding zal proberen te doen. Niets is fijner dan iemand anders blij maken met dat wat mama zo zorgvuldig heeft uitgezocht. En anders gaat het alsnog in die kledingbak hier bij ons in het dorp, maar wel pas als ik er klaar voor ben.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑