Ik ging al vroeg uit huis. Achteraf gezien té vroeg naar mijn gevoel en vooral té impulsief, maar dat is iets waar je later pas achter komt. Later, als je de waarde van thuis leert kennen, als de waarde van je jeugd en de tijd met je ouders je steeds dierbaarder wordt. Zeker als je ze vroeg moet missen.. Maar vooral ook later, als je zelf moeder wordt en ervaart welke gevoelens komen kijken bij het besef dat er een dag komt waarop kinderen hun vleugels uitslaan en je ze niet meer elke dag kunt zien, minder mee krijgt van de dingen die ze bezig houdt en de zorg voor je kinderen voor een deel stopt.
Tijdens een stage van 5 maanden in Frankrijk leerde ik mijn toenmalige partner kennen, die op dat moment in Amsterdam woonde. Omdat het einde van mijn stage gelijk stond aan de start van een vervolgstudie, koos ik ervoor om in Diemen te gaan studeren. Naar mijn gevoel verhuisde ik daardoor vrij snel en impulsief van Apeldoorn naar Amsterdam, om meteen ook samen te gaan wonen in een flat in Osdorp. Geen uitgebreid traject van kamers zoeken, uitzet regelen en bewust afscheid nemen, alles was zomaar geregeld en zo vertrok ik naar de grote stad, meer dan 100 kilometer bij mijn ouders vandaan. Ik was toen 19 jaar oud.
Omdat mijn toenmalige partner al in Amsterdam woonde en de nodige connecties had, vonden we vrij gemakkelijk een plek om te wonen. Hij was een paar jaar ouder, woonde al zijn hele leven in Amsterdam en kende de stad. Hij leerde mij de stad en zijn vrienden kennen en regelde alles, waardoor ik vrij eenvoudig een nieuw leven kon opbouwen. Hoe vaak ik in die tijd terug naar huis ging weet ik niet zo goed, maar het was hoe dan ook altijd fijn om thuis in Apeldoorn te zijn. Van de drukke stad naar de stilte en ruimte op de Veluwe. Een baken van rust en zorgzaamheid van mijn ouders. Gezelligheid en warmte met de feestdagen en een fijn samenzijn met zuslief en ons gezin.
Voor even écht terug naar thuis.
Na een jaar of 10 in Amsterdam strandde mijn relatie en stond ik op mijn 29e voor het eerst echt op eigen benen in de grote stad. Ik verloor mijn huis en een belangrijk deel van mijn sociale kring en belandde in een zoektocht naar een nieuw thuis. Ik logeerde hier en daar, paste in bekende en onbekende huizen op katten van kennissen die langer of korter op vakantie waren, of ik vond ergens een plekje voor een paar maanden. Ik sjouwde letterlijk met mijn koffers over straat, van het ene naar het andere ‘andermans thuis’ en was op een gegeven moment zelfs genoodzaakt om een paar weken terug naar mijn eigen “thuis-thuis” te gaan, zoals ik het ook weleens noemde. Naar mijn eigen zolderkamer bij mijn ouders in Apeldoorn. Pas dan ervaar je hoe kostbaar een veilig thuis is, een basis om op terug te kunnen vallen als het écht nodig is. Zeker ook als je ouders zo ver weg wonen, als die van mij.
In de jaren die volgden kwam ik nog steeds graag en met regelmaat in Apeldoorn. Op retraite, zo noemde ik het wel eens. Om in de achtertuin, in het zonnetje bij de vijver bij te komen van alle hectiek in de grote stad. Van het leven dat mij op dat moment flink wist uit te dagen. Ook toen ik een nieuwe relatie en later kinderen kreeg, bleef thuis een waardevolle plek. Voor de feestdagen, verjaardagen en logeerpartijen. De enige plek waar ik voor mijn gevoel nog echt even kind kon zijn, me niet leuker of grappiger voor hoefde te doen dan ik was, ik over de drempel stapte en letterlijk alle lasten van mijn schouders voelde vallen. Mama was daar en mama nam vanaf die drempel alle zorgen over, op elk vlak.
Ook toen ik na 20 jaar van Amsterdam naar Leimuiden verhuisde en ik voor de zoveelste keer alles achter me liet; mijn eigen huisje, vrienden, kennissen, collega’s, een bekende stad, een vertrouwde omgeving, een plek waar ik mezelf ontwikkeld had tot wie ik was, bleef mijn thuis in Apeldoorn een vast baken in een soms woelig leven. Een plek waar ik hoe dan ook altijd naar terug kon, als het nodig was. Ouders die er onvoorwaardelijk voor me zouden zijn, wat je ook uitspookt, wat je ook overkomt, waar je ook bent.
Op zoek naar het oude en nieuwe thuis.
En toen overleed mama. Toen werd dat fijne thuis in Apeldoorn een minder fijne plek met diepe littekens. De tafel waaraan ze altijd de krant las als ik thuis kwam en we samen spelletjes speelden, was ook de tafel waaraan ze zat toen ze ziek was, waar ik naast haar zat toen ze me gevoelloos negeerde. De bank waarop we samen TV keken, toastjes aten en praatten over wat ons bezig hield, was ook de bank waarop ze zo vaak lag te slapen toen ze ziek was. Die ene stoel, de kast uit haar kamer van het nare verzorgingstehuis, het kleedje dat we samen geborduurd hadden, de littekens op de trap van de schroeven van de traplift, de strijkplank waar ik haar zo vaak achter had zien staan, haar kleren in de kast, haar boeken op de plank, knutselspullen voor de kleinkinderen, bakspullen voor de feestdagen die ze altijd zo gezellig maakte. Alles herinnerde me aan mama en dat zorgeloze thuis, maar mama was er niet. Ze zat niet op die bank, stond niet in de keuken, zat niet aan die tafel en stond niet meer op me te wachten als ik op bezoek kwam. Het fijne gevoel wat er altijd was, was er niet meer. Het was zoeken naar hoe dit huis nog een thuis kon zijn. Een huis vol met herinneringen, maar tegelijkertijd ook vol met littekens en zonder een mama die in dat huis hoorde te zijn.
Toch leek ik in de maanden die volgden thuis langzaam weer een beetje terug te vinden. Was ik blij dat tenminste dit huis er nog was, in het dorp waar ik geboren ben en waar al mijn vroegere herinneringen zijn. Dat papa er nog woonde en niet álles verloren was. Dat ik in het grote gemis van mama, haar tenminste in dit huis nog een beetje terug kon vinden, tussen haar spulletjes, tussen dat wat haar dierbaar was. Dat ik kon zijn in de keuken waar zij altijd stond, aan de tafel waar zij altijd zat, op de bank waar zij altijd lag.
Totdat de woonkamer werd verbouwd. Een verbouwing die mét mama al gepland stond, maar nu zónder mama van start ging. Alles werd anders en niets was nog, zoals het met mama was. Papa had groot gelijk en in zijn proces hele andere behoeftes, gevoelens en gedachtes dan ik, maar waar thuis nu was, dat wist ik niet meer.
Verder in een nieuw thuis.
Nu is Papa op vakantie en sliep ik vannacht helemaal alleen in een huis wat nog steeds mijn thuis is, maar waar ik zoekende ben. Waar misschien net iets te snel te veel veranderd is. Waar ik me zelfs een beetje te gast voel, nu ik de weg niet meer helemaal weet. Het huis dat ervoor zorgt dat ik mama meer mis dan ik ooit had kunnen bedenken, omdat ik niet alleen mama als persoon kwijt ben, een moeder en alle andere rollen die ze vervulde in mijn leven, maar omdat zo’n verlies ook zijn uitwerking heeft op zoiets als dit, je ouderlijk thuis. Je zoekt naar wat er was, maar vindt het niet. Je probeert je vast te klampen aan datgeen wat er nog wel is, totdat ook dat er niet meer is.
In alles wat er niet meer is, zoek ik naar wat er nog over is. Ik zoek naar het gevoel dat hier ooit was en tegelijkertijd naar een nieuw gevoel, waarmee dit “nieuwe” huis een nieuw thuis kan worden. Ik zoek naar schatten, zoals het mooie glas-in-lood raam en de prachtige trap die papa zelf gemaakt heeft, ik duik tussen spulletjes van vroeger en nu en probeer te bedenken wat helpend kan zijn in mijn wederopbouw én mijn gemis. Ik probeer me te verzoenen met dat wat er niet meer is en probeer te omarmen dat wat er nog wel is. En dat is een thuis in een ander jasje, een nieuw thuis, maar nog steeds mijn ouderlijk huis.
En papa.. ♡


Wat mooi verwoord Desirée ❤
LikeLike