Toen Jelle klein was en als 4-jarig hummeltje voor het eerst naar de BSO ging, hoorde ik al verhalen over de ‘grote jongens’ op de bovenverdieping. Dat die club haast onhandelbaar was en er maatregelen nodig waren om te zorgen dat de oudste BSO-groep überhaupt nog langer bestaansrecht kon hebben. Sindsdien vreesde ik een beetje voor wat ons in het dorp te wachten stond als onze jongens groter zouden worden.
Inmiddels zijn we een paar jaar verder, zijn onze jongens nog steeds nog lang niet groot, maar is Jelle onderhand wel groot genoeg om zich zo nu en dan tussen de nieuwe generatie ‘grote jongens’ te begeven. Dat veel kinderen de aandacht van ‘oudere kinderen’ interessant vinden, is niets nieuws. Ik denk dat dat voor heel veel kinderen geldt, zo ook voor die van ons. Al spelen ze net zo lief met kinderen van hun eigen leeftijd, het is vaak maar net wat er voor handen is.
Het leuke aan het contact met de grote jongens in het dorp, is dat je bijvoorbeeld tijdens verjaardagen of de jaarlijkse feestdagen een stuk minder omkijken naar ze hebt. Het is mooi mooi om te zien hoe ze de kleintjes mee op sleeptouw nemen en houden over het algemeen ook een aardig betrouwbaar oogje in het zeil. Terwijl de ouders gezellig bijpraten en een drankje (of meer) drinken.
Totdat het met die grote jongens even wat minder leuk gaat…
Het is logisch dat niet álle kinderen altijd even aardig en betrouwbaar zijn, het zijn immers gewoon kinderen die grenzen opzoeken. Wat ook onze Jelle aan de lijve ondervond. En dat is voor een moeder best een dingetje… Als je je kind met schrammen thuis ziet komen, als z’n fiets meerdere keren afgepakt wordt en hij zo nu en dan hetzelfde gedrag richting anderen begint te vertonen. Hij is pas 7, op ontdekkingsreis in zijn eigen wereld en de mensen om zich heen. En wat doe je dan als je vermeende “vrienden” zich ineens tegen je keren? Als je vertrouwen in die zogenaamde vrienden beschaamd wordt, maar je nog geen besef hebt van hoe de wereld echt in elkaar zit? Als je opgejut wordt om zelf hetzelfde gedrag te vertonen naar anderen? Als zo’n zogenaamde vriend ineens zegt je ‘bodyguard’ te willen zijn, maar je jezelf daarmee onbewust alleen maar een grotere prooi voor de boze buitenwereld maakt?
Als moeder wil je hem beschermen, liefst de hele dag, maar dat gaat niet. Je zoekt contact met de juf, maar krijgt ook daar twijfels of die wel de juiste kennis in huis heeft om dit goed te begeleiden. Contact met de schoolpedagoog en de andere ouder(s). Je kunt veel lijntjes uitgooien en veel signalen rondbazuinen, maar uiteindelijk staat je kleine kroost er toch alleen voor voor. Alleen in die wereld die ooit zo zorgeloos was, maar steeds harder wordt naarmate je ouder wordt.
En toen was er Bob...
Het was ergens vorige week toen we rustig aan tafel zaten te eten en ik Jelle vroeg hoe het was op school. Hij stoof enthousiast van z’n stoel op zoek naar een wit vel papier. Het papier met de naam Bob. Hij begon een verhaal te vertellen over Bob die op school niet mee mocht doen met de rest en begon tegelijkertijd het papiertje te verfrommelen. Bob die als laatste gekozen werd bij de gymles en het papiertje frommelde verder. Bob die thuis kwam en gepest werd door z’n broertje en zo ging Jelle nog even door, tot Bob een flinke prop was.
Vervolgens vouwde hij de prop langzaam weer uit, vertelde dat Bob vriendjes was geworden met z’n broertje, uitgenodigd was voor een partijtje door iemand uit z’n klas en mee mocht doen met tikkertje op het schoolplein. Er kwamen net zoveel fijne gebeurtenissen voorbij, totdat het hele papiertje uitgevouwen was. Hij probeerde het witte vel glad te strijken, maar je bleef de kreukels van Bob zien.
Het lukt natuurlijk niet om het blad in de oude gladde staat terug te krijgen, hoe je ook probeert of hoe vaak je ook sorry zegt. Het zijn littekens die achterblijven door het pesten. Littekens die nooit meer zullen verdwijnen. Dat is wat er gebeurt als een kind een ander kind pest.
Een prachtig betoog van een jongen van 7
Het bleek toch die ene juf, die de kinderen meegenomen had in dit mooie verhaal. Ik was bijna ontroerd hoe Jelle het haast letterlijk kon navertellen, wat ik hem nog niet eerder zo had zien doen. Blijkbaar was Bob een begrijpelijke metafoor voor hem geweest en leek hij ineens te begrijpen hoe een klein deel van die boze wereld in elkaar steekt. Dat papiertje moest in elk geval sowieso bewaard blijven. Sindsdien lijkt het oké te gaan met de grote jongens en Jelle, maar voor hoe lang weet niemand.
Als moeder blijf je op je hoede, totdat ze groot zijn en zelfs nog heel veel langer…

Plaats een reactie